Geplande cursussen mei - juni 2026



Op maandag voor- of namiddag

Filosofie

Wekelijks verzorg ik een filosofieseminarie in het Vrouwencentrum. Daarvoor moet ik heel wat lezen en nadenken. Af en toe ontdek ik, al dan niet bij toeval, een tekst die op z’n minst merkwaardig te noemen is.

Zo las ik in het recent verschenen filosofisch werk Homo Holocauston - zoeken naar een politiek van zorg (OWL Press & Borgerhoff & Lamberigts, 2024, ISBN 9789464759549, p. 94-95) van de Vlaamse filosoof Henk Vandaele een passage waarin hij uitdrukkelijk verwijst naar de grote Franse historicus Fernand Braudel.

Deze passage is een schoolvoorbeeld hoe de patriarchale middeleeuwse samenleving nog altijd een stempel drukt op de huidige geschiedschrijving inzake de rol van vrouwen. Blindheid voor het meest nabije, voor de meest elementaire MAAR ZO NOODZAKELIJKE zorg verleend door vrouwen, was en is nog steeds troef. Lees zelf maar.


Zorgstructuur van het dagelijks leven

“Braudel wijst in zijn studie van de middeleeuwse structuur van het dagelijks leven onmiddellijk op een probleem. Door een gebrek aan historische documentatie is dit een moeilijke, ondoorzichtige zone.

Het gaat over elementaire en alomtegenwoordige zorgprocessen waarin boeren, vaders, moeders, bakkers, brouwers, herders, waterdragers, wevers, steenkappers, ouderen, metselaars, molenaars, vroedvrouwen, handwerklieden… in overwegend lokale sociale structuren zoals gehuchten, vlekken, dorpen, gemeenschappen en steden… het dagelijks leven mogelijk maken.

Het is, aldus Braudel, een informele activiteit bestaande uit zelfvoorziening en ruilhandel van goederen en diensten binnen een zeer beperkte cirkel.

Voor deze activiteiten heeft de middeleeuwse geschiedschrijving weinig aandacht. Het is een evident leven. Ook daarom wordt het amper opgemerkt en nauwelijks in de geschriften geregistreerd.

Ook moderne historici hadden lange tijd voor dit leven weinig aandacht. Een modern perspectief is eerder beperkt tot politieke en markteconomische processen. Het dagelijks informeel economisch leven wordt vaak over het hoofd gezien.”

“Een belangrijke historische uitzondering zijn de opgetekende verhoren uit het dorp Montaillou. Daar hoor je rechtstreeks dorpelingen aan het woord.

Toch merkt Le Roy Ladurie dat ook in die verslagen de aanwezigheid van baby’s, het overlijden van jonge kinderen en zelfs soms het bestaan van een volwassen dochter nauwelijks wordt vermeld.

Braudel noemt deze zone dan ook een structuur die als een dikke nevel boven de aardbodem hangt.”

“Hoe meer we de basale zorgprocessen naderen, zoals de geboorte van een kind, de eerste zorgen, de was en de plas… hoe minder daarvan terug te vinden is.

Zo bezit onze cultuur een reeks woorden voor het mannelijk ambachtelijk werk. Voor de vele vrouwelijke zorgtaken ontbreken ze.”

“Braudel stelt dan maar voor om te spreken van het materiële bestaan of de structuur van het dagelijks leven – die me inspireerde tot het concept: zorgstructuur van het dagelijks leven.”

“Het woord opent een perspectief op die wereld waar de meeste mensen zich in bevinden: de structuur van de dagelijkse zorg.

In de hedendaagse zorgsector worden dit de ADL-functies genoemd, de algemeen dagelijkse levensverrichtingen, die bestaan uit de was en de plas, het koken, de lichamelijke hygiëne, het ontlasten, de kinderen grootbrengen, de dieren verzorgen, het huis onderhouden, de vloer vegen, bedden schoonmaken…”

“Het woord economie verwijst etymologisch naar het Griekse woord oikos, dat staat voor huis, familie, gezin of huishouden, en nomos, dat staat voor wet, gebruik of conventie.

Het woord economie verwijst dan ook naar het huishouden. Vanuit dit perspectief staat de structuur van het dagelijks leven voor de basis van elke economie.”

“Zonder de domus, met zijn sociaal funderende zorgdynamiek, is er geen samenleving.”

Ivan Cloet, filosofisch consulent, seminariehouder filosofie Vrouwencentrum